Socialiseren van je puppy en hond… essentieel, maar hierop letten!

Er zijn al hele bibliotheken geschreven over het socialiseren van honden en hoe je het moet doen. Ook het internet staat er vol van. Waarom dan nog dit artikel? Omdat er vaak nuance ontbreekt. Hieronder vind je 2 algemeen aanvaarde stellingen waar ik toch mee zou oppassen. Waarom? Dat lees je hieronder!

 
1. Het socialiseren van je pup is belangrijker dan je pup te trainen.

Socialiseren en habitueren is een vorm van trainen. Er is niets passiefs aan voor het baasje. Jij gaat er namelijk voor moeten zorgen dat ongewenst gedrag (zoals het grommen en blaffen op de stofzuiger) niet het voor hen gewenste resultaat heeft (nl. dat de stofzuiger weggaat). Je gaat ook actief dingen gaan doen om zijn onzekerheid weg te nemen en die om te buigen naar vertrouwen. Dit doe je door positieve associaties te maken met die vreemde dingen en wezens terwijl hij ze fysiek verkent. Dit is ook het moment dat je basisgehoorzaamheid begint te trainen. Bij jou komen wanneer je hem roept, ergens vanaf blijven, impulscontrole zoals een kort blijf oefeningetje, … dat zijn allemaal zaken die je hem nu al aanleert.

2. Je kan je hond niet genoeg socialiseren.

Het socialiseren van je hond vraagt energie van zowel jou als hem. Doe het dus alléén wanneer zowel jouw batterij als die van je hond opgeladen zijn.

Wanneer jij vermoeid bent, ga je fouten maken en dat wil je niet. Zeker niet in de eerste paar weken dat je pup bij jou is. Net zoals er een volgorde is waarin je pup zich fysiek ontwikkelt, gaan ook de hersenen een bepaald plan volgen in hun ontwikkeling. De volgorde van dit plan is bij alle hondenrassen dezelfde maar de snelheid waarmee een pup zich ontwikkelt, varieert. Hoe kleiner van formaat het ras, hoe sneller de pup door zijn ontwikkelingsfases raast. Hoe groter, hoe trager. Wanneer een pup rond zijn 8ste levensweek naar jou komt, begint letterlijk een race tegen zijn biologische klok om 2 redenen:

  1. Je hebt een kleine maand de tijd om de basis te leggen voor wat hij als vertrouwd zal beschouwen in zijn verdere leven. Tot ongeveer zijn 12de levensweek zit hij in een fase waarin zijn hersenen open staan voor nieuwe ervaringen. Hij heeft volop zin en moed om de wereld te verkennen. Alles waar hij in deze periode een goede associatie mee maakt, gaat hij de rest van zijn leven als ‘normaal’ en vertrouwd ervaren. Omdat zijn hersenen zich volop ontwikkelen, is hij ook bijzonder gevoelig voor trauma’s: slechte ervaringen die hij tijdens deze periode oploopt, gaan eveneens een blijvend effect hebben. Wil je later een stabiele volwassen hond, dan is socialisatie essentieel maar pas op voor overprikkeling. Ik zie vaak dat mensen met de beste bedoelingen hun pup overal mee naartoe nemen en maximaal willen socialiseren maar daarin vergeten dat ze hun pup ook moeten beschermen voor negatieve associaties. Je pup aan drukte en luide geluiden laten wennen is top maar hou de blootstelling eraan kort en kies de intensiteit waaraan je hem blootstelt. Het is vaak een dunne lijn tussen socialisatie en overprikkeling. Deze verschilt ook van pup tot pup. Je moet hem uit zijn comfortzone halen opdat hij iets zou leren maar hoever je hierin gaat, moet je aanvoelen. Naar mijn ervaring zijn de emmertjes meestal al vol na een half uurtje à 40 minuten. Herhaling is dan ook belangrijker dan de duurtijd van de ervaring.

2. Er speelt zich gelijktijdig een tweede proces af in je pup: de nieuwsgierigheid voor nieuwe dingen gaat overgaan in wantrouwen. De eerste angstfase komt eraan. De doorbraak van deze fase komt soms echt als een schok voor nieuwe baasjes want zelfs zaken die voordien OK waren kunnen plots de pup onzeker en zelfs angstig maken. Hij gaat in zijn ontwikkeling door verschillende angstfases gaan van ongeveer zijn 12 weken tot ongeveer anderhalf jaar. Pin je niet te zeer vast op deze tijdsindicaties. Iedere pup ontwikkelt zich volgens zijn eigen ritme. Het belangrijkste is dat je weet hoe te reageren op zo een angstreactie.

    • Als zijn angstreactie succesvol is (de gewantrouwde prikkel verdwijnt na het grommen, blaffen, …) dan gaat dat gedrag zich vaker gaan stellen en de standaardrespons worden. Dat wil je dus niet. Je gaat beletten dat zijn gedrag gevolgd wordt door het weggaan van de prikkel waarop hij reageert. Je wil hem vertrouwen geven in dat waarop hij reageert. Je gaat met andere woorden voorzichtig de initiële negatieve connotatie willen ombuigen in een neutrale of positieve associatie. Dat doe je door hem eerst eraan te laten wennen en vervolgens iets leuks te koppelen aan de aanwezigheid van die prikkel. Eerst ga je hem bekrachtigend toespreken wanneer hij rustig toenadering zoekt en vervolgens belonen met een snoepje of aaitje.
    • Bevestig hem niet in zijn angst. Het is helemaal niets om angstig voor te zijn. Geef het goede voorbeeld en ga er zelf heen. Laat zien dat het ongevaarlijk is. Let wel op dat je hem er aan de lijn niet mee naartoe sleurt. Elke toenaderingspoging moet hij uit zichzelf stellen. Forceer hem niet want jouw angst voor spinnen is ook nooit overgegaan doordat iemand er plots één in je buurt zet! Ze is ook nooit minder geworden doordat iemand met je is beginnen lachen of je gestraft heeft voor jouw angst. Zo werkt het ook voor je pup. Denk ook aan hoe een mama omgaat met haar kindje wanneer het de eerste keer naar de tandarts moet. Als zij schrikt wanneer de tandarts de naald bovenhaalt of haar kindje op dat moment overdreven begint te troosten, zal die kleine er alleen maar meer angst door krijgen. Doe alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Je geeft steun wanneer je pup die nodig heeft maar wanneer hij overdreven rond je benen hangt en er niet weg wil, dan zet je een stapje opzij. Je spoort hem aan om op zijn eigen benen te staan op voorwaarde dat er inderdaad niets is om angst voor te hebben. Zoja, neem jij initiatief er afstand van te nemen (bijvoorbeeld van heel luidruchtige of drukke kinderen).

In grote lijnen doe je wat een trainer altijd doet:

Alle gewenst gedrag ga je bekrachtigen, stimuleren en belonen. Ongewenst gedrag ga je beletten van effectief te zijn in wat je pup ermee probeert te bereiken (dat de prikkel waarop hij reageert weggaat).
 

Geef gewoon het goede voorbeeld door toenadering te zoeken tot die prikkel. Let er wel op dat je hem er niet mee naartoe sleurt aan de lijn! Je steunt hem wanneer hij de moed vertoont om toenadering te zoeken. Zolang hij respectvol blijft, blijf jij hem steunen. Begint hij opnieuw te blaffen dan laat je je steun vallen en ga je zeker niet weg van de prikkel. Gebruik ook je gezond verstand: is hij panisch, kalmeert hij niet of beplast hij zich zelfs van de schrik, dan push je hem veel te hard. Laat hem dan eerst op een grotere afstand wennen aan de prikkel.

      • Gewenst gedrag:
        • De wereld verkennen
        • Naar nieuwe dingen toegaan (op een respectvolle, niet-agressieve manier)
      • Ongewenst gedrag:
        • Wantrouwen
        • Blaffen, grommen
        • Overmatig steun zoeken bij jou (hem niet van tussen je benen krijgen)
        • Claimend gedrag (er mag niemand anders bij jou komen, bij zijn eten, slaapplek, speeltje, …)
        • Vluchten

Het socialiseren en habitueren van je hond stopt niet, het is iets wat zijn ganse leven doorgaat. Net zoals mensen tot op een bepaalde leeftijd makkelijker een taal leren, is dat ook zo voor honden. Dat betekent niet dat je op latere leeftijd geen nieuwe taal meer kan leren. Natuurlijk wel, anders zouden er geen centra voor volwassenenonderwijs bestaan! Het gaat je echter veel meer moeite kosten dan wanneer je die zou geleerd hebben op de basisschool. Honden hebben een beperkte tijd waarin ze makkelijker leren omgaan met andere diersoorten, hun taal leren en makkelijker nieuwe ervaringen als ‘normaal’ gaan beschouwen. Maak dus het beste van die periode, ze is voorbij voor je het goed en wel beseft. Alles wat ze nadien pas leren kennen zal je veel meer moeite kosten om het hen als vertrouwd te doen beschouwen. Je gaat oudere honden nog aan een andere diersoort kunnen laten wennen (hij gaat ze negeren) maar tot zinvolle interactie komen met die andere diersoort is vaak een brug te ver.

Heb je katten of kleinvee die je hond liefst moet laten leven? Dan ga je je pup er ASAP mee samen laten leven. Van zodra je hem in huis hebt: introduceren aan de katten, kippen, etc. (Onder toezicht natuurlijk!)  Als je hond er na deze fase pas mee in contact wordt gebracht, gaat hij ze als prooien beschouwen. Het enige wat je dan nog kan doen is hem ervan weg houden. Zelfs al straf je hem op het moment dat hij in jachtmodus gaat en weet je zijn aanval te onderbreken, is er geen garantie dat hij er 5 minuten later niet terug achter schiet. Het zal dan altijd opletten blijven. 

Dit artikel delen:
Scroll naar boven